Nu Koningin Beatrix de leeftijd van 70 jaar al ruim heeft bereikt - een leeftijd waarop b.v. leden van de Raad van State en de Hoge Raad het meestal voor gezien houden - zullen de speculaties over een abdicatie elk jaar alleen maar aanzwellen. Omdat we nog steeds een erfelijk staatshoofd hebben in Nederland, is de opvolging al lang geen verassing meer. We weten zelfs nu al bijna zeker wie er na Koning Willem-Alexander de troon zal bestijgen.
Dit alles onder de kanttekening dat Nederland de komende decennia een monarchie blijft. Dat is echter nog maar zeer de vraag. Er zijn namelijk uitstekende redenen om van het erfelijke staatshoofd af te stappen. Die zijn ook wel bekend, zelfs bij voorstanders van deze ouderwetse manier van staatsinrichting, maar ik vat ze nog graag even kort samen. Ten eerst is een erfelijk staatshoofd niet democratisch, omdat er niet gekozen kan worden. Daar vloeit uit voort dat een omslachtige constructie van ministeriële verantwoordelijkheid in stand moet worden gehouden. Ook nadelig is dat het staatshoofd niet kan zeggen en doen wat hij of zij wil. Zelfs de geringste vorm van eigen mening of de simpele keus om zondag aan de slag te gaan leidt tot onverkwikkelijk politiek gekrakeel.
Dat laatste punt heeft sommige Kamerleden al doen voorstellen dat het staatshoofd maar uit de regering moet. Dat is natuurlijk een halfzachte oplossing. Het enige middel dat álle nadelen van een erfelijk staatshoofd in één klap oplost is de afschaffing van de monarchie. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Sterker nog: een belangrijk struikelblok bij het ten uitvoer leggen van dat voornemen is juist de praktische invulling. Een eventuele troonswisseling is een prima moment om daarover eens onbevangen van gedachten te wisselen.
Wie voor afschaffing van de monarchie pleit, laadt al snel de verdenking op zich kritiek te hebben op het zittende of komende staatshoofd. Daarvan is op dit moment geen sprake. De brede waardering voor de monarchie op dit moment is ongetwijfeld voor een groot deel toe te schrijven aan de invulling die er door Koningin Beatrix aan is gegeven. Opvolger Willem Alexander heeft de luxe gehad zich uitgebreid en op allerlei manieren voor te bereiden op zijn taak. Er is dus wat dat betreft geen dringende noodzaak om de monarchie nú af te schaffen. Het aanpassen van het staatsbestel aan democratische kernwaarden moet ook niet worden gemotiveerd door een voor- of afkeur voor personen. Het is een inhoudelijke keuze, gestoeld op principiële gronden. En voor het verwezenlijken van principes mag je best wat tijd uittrekken.
Een troonswisseling is wel een uitgelezen moment om een principebesluit te nemen: wij willen van de erfelijkheid van het staatshoofd af. Zo'n principebesluit creëert nu echt wat je noemt een win-win-win-situatie. Eerste winnaar is de Nederlandse samenleving, die eindelijk iets te zeggen krijgt over wie hun staatshoofd moet zijn. Er kan daarnaast met respect en waardering afscheid genomen worden van het 'zittende' Koningshuis. De koninklijke familie tenslotte - in het bijzonder de kinderen van Willem-Alexander en Maximá - krijgen eindelijk weer de regie terug over hun eigen leven.
Willem-Alexander kan zich nog ten volle inzetten voor datgene waarvoor hij is opgeleid. Hem het Koningschap ontzeggen zou trouwens grenzen aan kapitaalvernietiging: de Nederlandse samenleving heeft immers flink geïnvesteerd in zijn 'scholing'. Het is nu wel het uitgelezen moment om vast te leggen dat Willem de Vierde ook Willem de Laatste is.
Dit artikel werd geschreven door David Rietveld, gemeenteraadslid voor GroenLinks in Den Haag. Het verscheen op 30 januari 2008 als opiniestuk in De Volkskrant


