davidrietveld.nl - Kool vs Willems

17 Mei 2005 -


Ofwel: waarom Kool het niet gaat redden, al zal Frank Willems wellicht door moeten gaan tot het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Het onderstaande verhaal mag zowel door Henk Kool als Cock Jol (het PPS-raadslid dat zelfs zónder te zijn beledigd ook aangifte wil doen) worden gebruikt als gratis juridisch advies.

De ontwikkelingen die Henk Kool aanleiding gaven aangifte te doen van belediging zijn prima beschreven door frankwatching.nl. In een eerste reactie op de aankondiging van Henk Kool schreef ik:

Maar er is een verschil tussen Frank en Henk. Frank is een actievoerder, Henk een politicus. Frank is boos omdat hij vindt dat hij onterecht is opgepakt voor een terechte aktie, Henk omdat... Ja, waarom eigenlijk? (...) Misschien vindt Henk dat er een streep moet worden getrokken. Een daad gesteld. Zoiets. Maar dan heeft dit weinig zin, want met een rechtszaak schiet hij weinig op.

Het lijkt er op dat de literatuur en jurisprudentie me gelijk geven. Allemaal gevonden via internet. Want hoewel er op internet af en toe flink gescholden wordt, is het toch een reuzehandig medium. Zo is bijvoorbeeld het hele proefschrift 'Strafbare Belediging' van A.L.J.M. Janssens terug te lezen. Per hoofdstuk, zodat we meteen kunnen inzoomen op Hoofdstuk 11, dat de enkelvoudige belediging behandelt. We leren dat de belediging in ieder geval opzettelijk gedaan moet zijn, en dat het een belediging moet zijn die objectief gezien iemands naam en goede eer aantast. Het feit dat iemand gekwetst is, en in welke mate, is voor de strafbaarheid overigens niet relevant. Wél relevant in dit verband is natuurlijk de context waarin de belediging is geuit. Een belediging hoeft namelijk niet onrechtmatig te zijn. En natuurlijk wordt gewezen op art. 266 Strafrecht, lid 2 - een rechtvaardigingsgrond voor een belediging:

Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.

Janssens is overigens van mening dat voor 'openbare' 'maatschappelijke' moet worden gelezen. In zijn ogen sluit dat ook beter aan bij de jurisprudentie van het EHRM. Hij wijst op de uitspraak in de zaak Lingens (1986 - inzake een Oostenrijkse journalist die Kanselier en voorzitter van de Oostenrijkse Socialistische Partij Kretsky stevig bekritiseerde). Twee citaten:

(§41) In this connection, the Court has to recall that freedom of expression, (...), constitutes one of the essential foundations of a democratic society and one of the basic conditions for its progress and for each individual's self-fulfilment.  (...) it is applicable not only to "information" or "ideas" that are favourably received or regarded as inoffensive or as a matter of indifference, but also to those that offend, shock or disturb.  Such  are the demands of that pluralism, tolerance and broadmindedness without which there is no "democratic society"

(§42) The limits of acceptable criticism are accordingly wider as regards a politician as such than as regards a private individual.  Unlike the latter, the former inevitably and knowingly lays himself open to close scrutiny of his every word and deed by both journalists and the public at large, and he must consequently display a greater degree of tolerance. 

Dit wordt allemaal nog eens bevestigd door het Hof in de zaak Oberschlick (1997 - óók een Oostenrijkse journalist die Jorg Haider zou hebben beledigd). Wat zegt Janssens er zelf van? Dit:

(pag. 26) Het ijkpunt voor de beoordeling van de vraag of een veroordeling noodzakelijk is in een democratische samenleving lijkt te zijn de maat waarin een uitlating een bijdrage aan het publieke debat bevat. Uit de rechtspraak van het EHRM is naar mijn mening af te leiden dat er sprake is van schending van art. 10 EVRM als de veroordeling wegens belediging een uitlating betreft waarvan het Hof heeft vastgesteld dat zij in het kader van en dienstig aan het publieke debat is gedaan.

Nu terug naar de zaak. De gewraakte passage op DenHaag.Org luidt als volgt:

Frank Willems schreef op 12/05/05:
Op de website van de PvdA heb ik, bij een artikel van Frans van der Steen gereageerd op het commentaar van de fractievoorzitter van de PvdA onder de titel "PvdA medeplichtig" en daarbij heb ik twee vormen gebruikt om hetzelfde uit te drukken.

Het is niet verbazingwekend dat ook dit bericht is gecensureerd door de PvdA. Voor de belangstellenden plaats ik het hier nogmaals:

-----------------------------------
PvdA medeplichtig
gepost op: donderdag 12 mei 2005 - 08:52:49

Ik ben blij met de prima reactie van Frans van der Steen.
De reactie van de PvdA fractievoorzitter Kool in de HC van gisteren is verontrustend vanwege de gemakszucht, onnadenkendheid en de lafheid die ervan afdruipt.

Maar ik ben niet verbaasd. In deze, ook door de PvdA bestuurde stad, is al een tijd geleden de oorlog verklaard aan de burgerij. En nu rijdt er zelfs continu een paraat peleton ME door de stad rond op zoek naar mensen die demonstreren zonder voorafgaande toestemming.

Ii heb nog wat last van pijnlijke polsen, maar ik wil dit nog toevoegen:

Uit wetenschappelijk onderzoek is, naar verluidt, wel eens gebleken dat de meeste demonstranten tot de oppositie behoren.
Daarbij schijnt ook het wetenschappelijk buro van de PvdA de conclusie te onderschrijven dat het uitgeven van vergunningen doorgaans een taak is die machthebbers op zich hebben genomen.
Hieruit is de gevolgtrekking te maken dat het binden van demonstraties aan vergunningen - ook volgens het algemene gevoelen, met en zonder klomp -
een kenmerk is van een autoritaire bestuurscultuur die zijn macht wil bestendigen door de oppositie op oneigelijke wijze de mond te snoeren.

Of, om het voor de heer Kool wat eenvoudiger te zeggen: je bent een teringfascist!

Frank Willems

-------------------------------------------------

Duidelijk wordt dat de uitspraken in ieder geval opzettelijk zijn gedaan. Daarnaast is 'teringfascist' objectief aan te merken als een kwalificatie die iemands naam en goede eer aantast. Dan komt de vraag of de uitsluitingsgrond niet van toepassing is. In de ogen van Frank Willems ongetwijfeld. Hij is van mening dat deze kwalificatie geen belediging is, maar een noodkreet:

Ik ben wel van mening dat in bepaalde gevallen de extremen van de nederlandse taal in stelling gebracht mogen worden, sterker nog : MOETEN worden om fascistische tendensen tegen te gaan.
Als ik zeg : "Henk Kool is een teringfascist" dan is dat een alarmkreet - en alleen volslagen idioten reageren op een alarmkreet met het verzoek "of het wat minder kan" of een klacht bij de baas, zonder uit te zoeken wat er eigelijk aan de hand is.

Henk ziet dat anders:

Maar de nieuwe media is toch geen vrijbrief om mij voor teringfascist uit te maken? Ik slaap hier slecht van. Ik vind daarnaast dat het maar eens afgelopen moet zijn met al die anonieme scheldpartijen. Daarom heb ik ook aangifte gedaan. Ook in de digitale wereld dient men fatsoenlijk met elkaar om te gaan. Daar sta ik voor en daar ga ik voor.

Toch denk ik dat Henk bij een gang naar de rechter uiteindelijk ongelijk krijgt, of anders gezegd: dat de belediging uiteindelijk niet onrechtmatig is. Het is geen belediging om het beledigen, maar een politieke uitspraak n.a.v. een politiek incident. Dat er sprake is van overdrijving wordt door Willems niet ontkend. In tegendeel: hij zegt bewust deze woorden te hebben gekozen om te provoceren. Dat komt dicht bij het 'offend, shock or disturb' uit de Lingens-zaak.

Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat Willems gelijk heeft als hij stelt dat er geen vergunning nodig is of was voor een demonstratie. De Haagse politieverordening heeft het slechts over een plicht tot 'kennisgeving', waarmee overigens niet is gezegd dat een manifestatie die niet is 'aangemeld' per definitie onrechtmatig is. In de Wet Openbare Manifestaties (WOM) is uitdrukkelijk niet gekozen voor een vergunningenstelsel, zo blijkt in 2002 uit de beantwoording van vragen van het Kamerlid Pitstra (tegenwoordig medewerker van het Haags Milieucentrum) door minister De Vries:

Tijdens de totstandkoming van de Wom is uitdrukkelijk gekozen voor een stelsel van voorafgaande kennisgeving (met de mogelijkheid van een verbod als aan de gestelde voorwaarden daarvoor is voldaan) in plaats van een vergunningstelsel dat een instemming met de manifestatie impliceert. Het spreekt vanzelf dat het kennisgevingstelsel in de praktijk niet zodanig mag uitwerken dat er de facto een vergunningsysteem geldt.
Zoals boven aangegeven is het niet aan het bestuur om in eerste instantie te bepalen waar en wanneer een manifestatie kan plaatsvinden.

De reactie van de Haagse politici, waaronder Kool's 'wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten' is door Willems kennelijk - en niet geheel ten onrechte - geïnterpreteerd als een stap naar een de facto vergunningstelsel, en daarmee een inperking van het recht op vrije meningsuiting. In zijn betoog dat voorafgaat aan de belediging koppelt hij de aanwezigheid van die tendens aan een 'autoritaire bestuurscultuur' en geeft hij aan dat de belediging zelf 'wat eenvoudiger' gezegd is. Al met al in mijn ogen voldoende voor Willems om uiteindelijk bij het EHRM zijn gelijk te krijgen. Maar ik neem aan dat Kool niet in dat rijtje Oostenrijkers thuis wil horen.


http://www.davidrietveld.nl/pivot/entry.php?id=741
© David Rietveld