vorige | overzicht | volgende
20/07/02 | Terug in Kuta
Na een weekje rondrijden zijn we weer terug in Kuta. 'Horror of al horrors', zoals de Lonely Planet het omschrijft.
Vooral het binnenrijden was een horror: lekker rond de spits, dus de nauwe straatjes vol met auto's en brommers. En als zelfs brommers in de file staan, dan is het echt druk. Of de straten te smal.
Daar wordt overigens aan gewerkt. Niet hier in Kuta, maar wel overal op Bali. Bijna overal ligt een bijna perfecte weg, of ze zijn er een aan het aanleggen. Ook de infrastructuur rondom toeristische sites wordt sterk verbeterd. Hardstikke mooi allemaal, maar soms vraag ik me af hoe het er hier en daar over een jaar of twee uit ziet. Ik denk dat het dan overal drukker en toeristischer zal zijn.
Toerisme is een soort wolf in schaapskleren. Het lijkt allemaal een win-win situatie: de toerist krijgt fantastische uitzichten, mooie natuur en lekker weer, de bevolking van de toch vaak armere landen gaat er financieel op vooruit. Maar dan wordt het groter, en groter, en het wordt zelfs nog groter. En dan is het snel uit met de pret: overvolle stranden en verkeersdrukte zijn dan nog de minste uitwassen.
Maar goed, zover is het hier nog niet (en hier is dan Bali als geheel, niet Kuta natuurlijk) dus niet nog even gewoon genieten.
En dat hebben we vandaag en gisteren ook weer gedaan. In Lovina zaten we dus in een schitterend hotel. De volgende ochtend wilden we snel weer op pad, maar werden even vertraagd omdat de auto vastliep in het droge zand. De vriendelijke eigenaar van hotel "Lila Cita" trok ons er, met behulp van familie, Caio, Machteld en nog een duitse hotelgast, uit. Toen rustig aan naar een warmwaterbron, waar Caio en Machteld een duik in het sulfurrijke bad namen. Ik hield de inname van chemische stoffen beperkt tot een colaatje.
Daarna naar een boeddhistische tempel, de enige op Bali. Mooi uitzicht weer natuurlijk, want tegen een berg aan. Ook deze tempel was, net als de meeste in Bali, in gebruik. De rust en kalmte die van de omgeving en de tempel zelf uitging was ronduit aangenaam.
Dat gevoel wilden we vasthouden, en togen daarom snel naar ons hotel om van de zonsondergang te genieten. Daar had ik me erg op verheugd: op 'onze eigen' veranda zitten kijken naar de zon die steeds roder en groter wordt. Helaas.... het was bewolkt. Maar we hebben toch lekker gezeten.
De volgende dag was de laatste dag van ons autobezit. Dus de reis ging terug naar Kuta, met onderweg een tussenstop bij een waterval (fantastisch) en de botanische tuinen (heel mooi).
Tot mijn stomme verbazing kon je gewoon met de auto door de tuinen rijden, en uitstappen waar je maar wilde. Dat onderstreept maar weer eens het feit dat er vooralsnog weinig overlast is van autoverkeer. Behalve in de stad Denpasar, en in de heel toeristische plekken is dat er, maar verder is het heel prettig rijden. En redelijk veilig ook. Gemiddeld wordt er niet echt heel veel harder gereden dan zo'n 60 km/uur. Toch waren we getuige van een ongeluk. Plotseling maakte een brommer voor ons een rare slinger, en de bestuurder een vlucht door de lucht. We schrokken ons rot, maar toen een aantal mensen -waaronder Caio- de man naar de kant hadden gebracht, leek het allemaal minder ernstig dan het er uit zag.
Ik ga afsluiten, want een hapje eten. Voorlopig dus prima naar mijn (onze) zin!
vorige | overzicht | volgende
|