vorige | overzicht | volgende
18/07/02 | Nee echt, het is hier echt fantastisch
Vanuit Ubud zijn we naar de kust getogen: Padangbai is een rustig havenstadje waar de boot naar Lombok vandaan vertrekt. Daar hebben we lang zitten dubben hoe de reis verder moest: eerst nog een dagje aan het strand, en dan verder de bergen in? Of meteen maar richting het vulkanische gedeelte in het hart van Bali.
Terwijl we schuilden voor een late stortbui werden we door de eigenaar van het betreffende restaurant gewezen op een aantal bijzondere bezienswaardigheden. We besloten zijn advies direct de volgende dag op te volgen.
'S ochtends dus fluks in de auto en op weg naar een dorpje met 'originele mensen', zoals ik ze in een ongelukkige verspreking noemde. Ik bedoelde te zeggen dat het een dorpje was waar de oorspronkelijke bewoners van Bali nog op redelijk traditionele wijze leefden. Een soort Volendam dus, of Zaansche Schans. Bijzonder was de uitleg over 'ikat',
een traditionele manier van textielvervaardiging. Eerst worden draadjes (per stuk!) geverfd, daarna pas ingeweven. Je moet dus van te voren bedenken wat het motief is, en dat dan draadje voor draadje vertalen. Geen wonder dat de man ook zo'n geduld had met het uitleggen van zijn werk!
Door naar de rijstvelden. Op een speciale plek scheen het uitzicht
bijzonder mooi te zijn, en dat was ook zo. Natuurlijk kent iedereen de sawa's van foto's of tv. Echt schokkend nieuws was het dus niet, maar wel overweldigend mooi en groen, groen, groen. Zo kwamen we dus al weer wat meer in de stemming voor een bezoek aan een nog religieuzer plek: pura Besakhi.
Pura Besakhi is een enorm tempelcomplex dat tegen een berg
aan is gebouwd. Het dorp is er omheen gebouwd, en de tempel nog steeds in gebruik. Dat geeft een merkwaardige mix van toeristen, gelovigen en bewoners. De mensen uit de laatste categorie hebben naar het lijkt allemaal een betrekking in of rond de tempel: de vrouwen een winkeltje, de mannen zijn gids. Wij (orang belanda!) hadden natuurlijk geen zin om te betalen voor een gids en deden net
alsof Caio dat was. Dat werkte goed, en hij werkte nog snel ook ;-) Binnen een uur hadden we de tempel gezien!
Toen stonden we voor de beslissing om alvast richting de berg te gaan, of om daar in de buurt een hotel te zoeken. Het was al vijf uur geweest, en ik had eigenlijk niet zo'n zin om in het donker te rijden, zeker niet berop-bergaf. De enige mogelijkheid voor overnachten in de buurt was echter van zo'n oosteuropese treurigheid dat we toch maar de gok hebben gewaagd. En met succes,
althans in die zin dat we heelhuids over de berg kwamen. Daarvoor was echter nog wel een halfuurtje billenknijpend haarspeldbochten-in-het-donker nemend voor nodig geweest. Bijkomend voordeel: ik was de held van de dag.
De volgende dag hebben we uitgeslapen, en dat slaat al weer snel een behoorlijk gat in de dag. We besloten om een hotel aan het kratermeer van Gunung (=berg) Batur te zoeken, en daarna nog wat te gaan wandelen. Het eerste is prima gelukt, het tweede lukte maar half.
Rond een uur of drie waren we wel klaar voor een wandeling. Maar natuurlijk niet teveel, dus eerst met de auto naar een parkeerplaats dicht bij de top van de berg. Dachten we. Ergens moeten we een afslag hebben gemist, want we belandden op een weg die een beetje aan de voet van de berg uitkwam. Onderweg kregen we escorte van een soort bergwacht, die schijnbaar zijn aangesteld om te voorkomen dat mensen alleen gaan wandelen en verdwijnen. Dat was al eens gebeurd namelijk.
De weg was zijn weg. En dat is in de meest letterlijke zin van het woord. Er zijn namelijk twee soorten wegen: die van de overheid en die van particulieren. De eerste zijn -in ieder geval op Bali- van goed tot zeer goed kwaliteit. De tweede zijn van wisselende kwaliteit. De 'weg' waarover we naar de berg reden van een kruising tussen een achtbaan en een zandpad. Het zijn echter geen tolwegen of iets dergelijks, ze zijn we voor openbaar gebruik.
De bewoners, of in dit geval een individu dat denkt voordeel uit zo'n weg te kunnen halen, zijn zelf verantwoordelijk. Caio vertelde me dat hij had gehoord dat het normaal is dat je, als je een huis of stuk grond koopt, ook de helft van de weg die daarlangs loopt koopt. Je mag daar niets op bouwen of mee doen, maar je moet wel de weg onderhouden. Zo kon het gebeuren dat we een straatje inliepen dat aan de ene helft was bestraat, en aan de andere helft niet.
Maar goed, die top hebben we dus niet bereikt. We zagen al enkele wolken samentrekken en besloten maar weer snel huiswaarts te keren. Voordat de 'weg' weg was.
Lekker gegeten weer, 's avond een potje pesten (inderdaad, dat oudhollandse kaartspel voor kinderen en jong-volwassenen) en toen de volgende dag op naar de noordkust. Onderweg nog een paar tempels bekeken, en natuurlijk weer de autosleutels ingesloten. Gelukkig was er een schroevendraaier in de buurt waarmee we als volleerde inbrekers de sleutels bevrijdden, en de omstanders verbaasd achterlieten. Einddoel: het strand.
Daar zitten we nu, in een kamer die bij hoog water praktisch aan de zee grenst. Een lekkere strandwandeling naar het drukkere, duurdere en toeristischer centrum gaf weer toegang tot internet. En daarmee is het verhaaltje uit.
Nog even dan. Ik ben gek op internet, maar ik had er de afgelopen dagen even geen behoefte aan - en bovendien was het niet in de buurt. De laatste keer zoeken naar nieuws uit
Holland bracht me weinig vrolijke feiten over de samenstelling van het nieuwe kabinet. Straks even de personele invulling bekijken, maar dan snel weer naar buiten voor de zonsondergang, soto ayam en een bintang.
Tot de volgende keer!
vorige | overzicht | volgende
|