vorige | overzicht | volgende
15/08/01 | Eenheid in Verscheidenheid
"Unity in Diversity", geschilderd op een Indiase vlag. Dat zie je hier en daar hangen,
want vandaag (15 augustus) is het Independence Day in India.
De Indiase Minister-President zal de natie toespreken, maar daar zal ik hooguit morgen iets van merken als ik misschien
in de gelegenheid ben om een engelstalige krant te kopen. Mamalapuram is namelijk wel ontzettend toeristisch, wat
betekent dat je struikelt over winkeltjes, hotels en bars, maar kent slechts één plek waar alleen 's ochtends vroeg een
engelstalige krant te koop is.
Vanavond vertrekken we naar Tanjore, ook wel Thanjavur genoemd, en we hopen allebei van ganser harte dat het daar geen
38 graden is, en dat het daar niet ontzettend vochtig is. Met een klamvochtig lichaam is het toch iets moeilijker om
van 7e eeuwse tempels te genieten.
De PM
De Minister-President (=Prime-Minister, =PM) van India heet op dit moment Vajpayee. Hij is lid van de Bharatiya Janata
Party, met zo'n 160 zetels in het 525 leden tellende parlement de grootste partij. De BJP is te typeren als een
nationalistische Hindu partij.
Vanochtend viel in de krant te lezen dat de BJP met enige trots benadrukte dat 'hun' Vajpayee de enige
niet-Congressparty MP was die voor de vierde keer het land toesprak op onafhankelijkheidsdag.
Dat zegt wat over de trots van de BJP, maar ook over de dominantie van de Congressparty in India sinds de
onafhankelijkheid.
Om de Indiase politiek een beetje te begrijpen moet je je en beetje verdiepen in de geschiedenis (maar dat geldt
natuurlijk voor elk land), maar ook in de geschiedenis van de Congressparty. Gandhi, Nehru, Indira en Rajiv Gandhi
waren allen MP's voortgekomen uit de Congressparty. Van 1947 (het jaar van de onafhankelijkheid) tot aan 1991 -met twee
keer een korte tussenpoze van twee jaar- heeft de Congressparty de politiek in India beheerst. Ze konden daarbij
vrijwel altijd op steun rekenen vanuit alle lagen van de bevolking.
De reden daarvoor ligt voornamelijk in de rol die Gandhi speelde in de onafhankelijkheidsstrijd, maar zeker net zo veel
aan het staatsmanschap van Nehru, de eerste MP van onafhankelijk India (van 47 tot 64).
Zonder nu uitgebreid in te gaan op allerlei details, want dan wordt het een heel erg lang verhaal: Nehru was een groot
staatsman, maar geen partijleider. Formeel was hij dat ook niet, maar hij zag met lede ogen aan dat de Congressparty
meer en meer werd gebruikt als vehikel voor de verwezenlijking van persoonlijke ambities. Hijzelf was een overtuigd
sociaal-democraat, en het ging hem zeer aan het hart dat de ideologie uit zijn partij -en daarmee uit India- aan het
verdwijnen was. Hij was echter niet in staat het tij te keren. Toen hij in 1964 overleed liet hij een stabiele
democratie achter zonder ontwikkelde partijen: de Congressparty was overheersend, de oppositie was -hoewel misschien nu
en dan invloedrijk- marginaal en vooral aktief op deelstaatniveau.
In 1969 kwam Indira Gandhi aan het bewind. Ze ontwikkelde zich van een krachtige (1969) naar een nogal autoritaire
(1973) premier. Dat laatste leverde zoveel verzet op dat een monsterverbond van alle mogelijke linkse, midden en
rechtse groepen en partijen dreigde de macht over te nemen met een coupe. Indira riep daarop de noodtoestand uit.
Die noodtoestand duurde een kleine twee jaar en word (vooral achteraf) gezien als de test voor de democratie in India.
Het democratische resultaat is ruim voldoende: de noodtoestand werd afgeloten met verkiezingen die door Indira werden
verloren. Ze accepteerde dat verlies zonder morren, misschien in de wetenschap dat het monsterverbond toch niet lang
stand zou houden.
Na twee jaar van sukkelen moesten er weer verkiezingen worden gehouden die glansrijk (tweederde van de zetels) door de
Congressparty werden gewonnen.
Dan laat de invloed van de (aanleiding voor) de noodtoestand op de politieke cultuur zich het meest gelden: Indira is
niet meer de daadkrachtige leider van eerder, maar veel meer achterdochtig. Ze vertrouwt niet meer op (de door haar
aangwezen) ministers, maar meer en meer op het door haar opgerichte PMO: het secretariaat van de PM. In Nederlandse
termen zou je zeggen dat het ministerie van Algmene Zaken zich ook echt overal mee zou gaan bemoeien.
Na de moordaanslag op Indira neemt haar zoon Rajiv het over. Mede vanwege zijn onervarenheid leunt ook hij zwaar op het
PMO. De Congressparty heeft nog steeds een meerderheid, de oppositie is nog steeds verdeeld.
De Congressparty is echter geen echte partij meer te noemen: het is een verzameling individuen, net als de rest van de
Indiase politiek. Zowel Indira als Rajiv laten zich weinig gelegen liggen aan de ontwikkeling van de partij, waarmee ze
langzaam afbrokkelt. In een ander hoekje van het politieke spectrum is er echter een klein partijtje -ontstaan uit de
fusie van drie andere, nog kleinere partijen- dat zich de tijd geeft om gestaag en gedegen te groeien: de BJP.
De geschiedenis van de BJP, de rol van de RSS (een extremistische Hindu-organisatie) en het gevaar van het
communalisme behandel ik een andere keer. Laten we nu even teruggaan naar de MP.
De MP wordt benoemd door de president. In principe levert de partij -of de alliantie van partijen- die de meerderheid
heeft in de Lok Sabha (zeg maar de Tweede Kamer) de MP. Tot aan 1991 ging dat prima, omdat zo'n meerderheid ook altijd
bestond. Sinds 1991 moeten er echter coalities worden gevormd. Voor een Nederlander is dat niets geks, maar voor India
was het toch een beetje wennen denk ik. De eerste keer vroeg de president om een schriftelijke verklaring van de
partijen, iets wat een partij in het bijzonder nogal deed huiveren. Die partij liet dan ook een jaar later de regering
vallen.
Steun geven en buiten de regering blijven is hier wel gebruikelijk. Die steun heeft echter het soortelijk gewicht van
drijfzand.
Het vacuüm dat ontstond door de teloorgang van de Congressparty is opgevult door talrijke partijen, meestal op
deelstaatniveau. Daarbij moet natuurlijk wel vermeldt worden dat de grotere deelstaten hier inwoneraantallen hebben van
tussen de 60 en 140 miljoen mensen. De enige echte nationale partij daarnaast is de BJP, en een klein beetje de
Marxistische Communistische Partij van India (er is namelijk ook een 'gewone' Communistische Partij).
Vajpayee probeert nu een coalitie van zo'n 15 partijen bij elkaar te houden. De meeste daarvan hebben voornamelijk
deelbelangen, en zijn met name geïnteresseerd in de deelstaat.
Daarnaast heeft hij te maken met een interne strijd in 'zijn' partij. Hoewel hij een gerespecteerd politicus is, van
een MP wordt nu eenmaal staatsmanschap verwacht en dat lukt hem niet: in een eerdere bijdrage vertelde ik al dat er een
belangrijk schandaal speelt waarbij een Spaarfonds van de overheid is betrokken. Dit fonds heeft leningen verstrekt aan
bedrijven van vrienden van vrienden van... onder meer de schoonzoon van de MP. Daarnaast wordt er ook een link
gesuggereerd met de PMO.
Tenslotte vindt de publieke opinie dat de MP met zich heeft laten sollen tijdens de laatste topontmoeting tussen India
en Pakistan.
Ik ben benieuwd wat de MP te vertellen heeft vandaag.
Met rellen in Chennai (voorheen Madras) waar de politie een bizarre rol speelde, een bomaanslag op een trein bij Delhi,
een verscheurd Kashmir, opstandige ministers en coalitiepartijen kan ik me om meerdere redenen niet voorstellen dat hij
een vrolijk verhaal zal houden over 'eenheid in verscheidenheid'.
vorige | overzicht | volgende
|